zondag 19 februari 2017

Intermezzo – Morning Glory

Terwijl het in september vorig jaar verschenen Cutting Edges hier tot mijn grote schande nog altijd onbesproken is gebleven, heeft Jan Dirk van der Burg (de fotograaf die in Horst en omstreken vooral bekendheid geniet vanwege z’n olifantenpaadjesboek en z’n Tweetbundels) zijn volgende project alweer voltooid. Morning Glory heet het.
Beter dan Jan Dirk zelf (klik hier en klik hier voor een toelichting in woord en beeld) kan ik Morning Glory niet omschrijven:
‘Een ansichtkaartenbox waarin bordelen en parenclubs met glamourtekort in het zonnetje worden gezet. Een blik op het provinciale prostitutielandschap vanuit het perspectief van de kritische sexconsument. De romantische fotografie op de voorkant wordt op de achterkant gecombineerd met ervaringen van bezoekers die ooit een recensie schreven op Hookers.nl, de “Iens” voor de goed geïnformeerde hoerenloper.’
Morning Glory is hilarisch, maar vooral deprimerend. Of andersom. Morning Glory is ook onweerstaanbaar, door alle foute clubnamen (Coco Plaza, Pico Bello Club, Landhuis Rianda), foute liggingen (bedrijventerreinen, hoogspanningsmasten, desolate provinciale wegen), foute vormgeving en architectuur (golfplaten, dichte rolluiken, hekwerken – in de meeste gevallen zelfs geen vleugje kitsch), foute recensentennamen (Zaadgranaat, Bazookajoe, Sjaak de Wipper) en foute recensies (‘Pijpen is nog steeds opperbest, maar er gaat niets van uit’, ‘Wat een slappe weke doos zeg’, ‘Ondanks een dot glijmiddel kreeg ze hem er niet in’).
Tweemaal per week passeer ik tweemaal per dag per trein De Wallen in Maasbracht. Het zal vermoedelijk een hele tijd duren voordat ik bij dat passeren Slettentester uit mijn gedachten kan zetten:
‘Ik bleef ongeveer 2 uurkes bij haar spelen en strelen maar zij had daar helemaal geen probleem mee na twee uurkes prate en strelen zij ik nou dat ik wou neuken maar ze zij gewoon dat ze dat niet wou en geen zin had in seks. ik was daar effe stil van en ik vroeg of ze nou serieuz was en ja zij ze ik heb gisteren genoeg geneukt.’
Morning Glory doet je ook mijmeren over het prostitutielandschap in Horst aan de Maas. Dat bestaat niet – voor zover mij bekend. Het hééft wel bestaan. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was er bijvoorbeeld Lovers Lane, zo ongeveer op de grens van de toenmalige gemeenten Horst en Grubbenvorst. Zou beslist niet hebben gedetoneerd in Morning Glory
En vergis ik me als ik zeg dat America in de jaren zeventig de hotspot van het Horster prostitutielandschap was? Zelfs áls ik me vergis: namen als Smulderslust en Club Palidosa zijn natuurlijk om te zoenen zo mooi. 
Over het korte en turbulente bestaan van Smulderslust misschien een andere keer meer. Afsluitend voor nu: zijn er misschien lezers die het Americaanse en/of het Horster prostitutielandschap van weleer kunnen en willen schilderen? (Discretie verzekerd.) 

P.S. U kunt Morning Glory hier bestellen. Doen!

zaterdag 18 februari 2017

Ingezonden – Wonen bij de varkens?

Wat volgt is een ingezonden stuk: de mening van de schrijver is niet noodzakelijk dezelfde als die van Horst-sweet-Horst. Klik hier voor de spelregels voor ingezonden stukken.
Veel arbeidskrachten zijn vanuit het buitenland aangetrokken om de loonkosten en lonen te drukken en omdat er een tekort was. Dat is al heel lang aan de gang. Kijk naar de stromen Spanjaarden, Italianen, Marokkanen en Turken en nu bijvoorbeeld Polen. Tweede en derde generaties van deze nieuwe Nederlanders vinden prima hun weg bij ons en de nieuwkomers zijn welkom. In onze regio worden de laatste tijd veel Polen aan werk geholpen. Dit drukt de kosten bij bijvoorbeeld champignonbedrijven, tuinders en logistieke bedrijven. Niet voor iedereen leuk misschien. Maar het is onderdeel van een wereld waarin we leven en iedereen zoekt naar werk.
Wel hebben de overheden en werkgevers dan ook de plicht om voor goede woon- en leefomstandigheden te zorgen. Daarover hebben we nogal wat verhalen gelezen en gehoord die niet positief zijn. Op diverse plaatsen wordt daar (beperkt) op gecontroleerd. Is het iets beter geworden? Zijn die controles voldoende? Veel ondernemers huisvesten hun tijdelijk personeel op eigen terrein. Zo nu en dan worden we geconfronteerd met excessen, waarbij wonen en werken te veel verstrengeld zijn. Naar mijn mening zijn werkgevers verantwoordelijk om voor een goede huisvesting voor buitenlandse werknemers te zorgen. Liever niet op of pal naast het bedrijf. Dan kan de ondernemer het hele leven van deze mensen sturen en dat gaat dan veel lijken op het middeleeuwse ‘horigen’-systeem. De excessen lieten dat ook zien.
Nog belangrijker wordt dat bij bijvoorbeeld varkensbedrijven. Dat een eigenaar zelf werkt en woont in een huis waar de geuroverlast (maar ook fijnstof etc.) zeer hoog is en wonen en werken sterk verweven zijn, is een eigen keuze. Anders wordt het als het om werknemers gaat. Daar heeft de werkgever de plicht iemand niet in slechte omstandigheden (stank, fijnstof, ammoniak) te laten werken en dat geldt ook voor de aangeboden woonomgeving.
De overheid die primair verantwoordelijk is voor het toezicht op de arbeidsomstandigheden van deze (tijdelijke) inwoners, is ook verantwoordelijk voor het toezicht op goede en gezonde leef- en woonomstandigheden. Het huisvesten van werknemers op of naast een varkensbedrijf zou dan dus verboden moeten worden, nog los van de mogelijk ontoelaatbare machtspositie die ontstaat.
Ook gezond wonen van buitenlandse werknemers moet passen binnen de gezondste regio. Een goede werkgever (dat zijn er velen) kijkt niet alleen naar de werknemer als kostenpost en zal dus graag in goede (tijdelijke) woongelegenheid willen investeren. En de overheid zal daar graag op toezien ...denk ik …misschien…? Gezonde huisvesting past in ieder geval niet tussen de varkensstallen.
Ik ben zeer benieuwd naar uw reacties, adviezen en meldingen van mooie voorbeelden maar ook mogelijke misstanden, of hier op deze site of als u dat liever doet, aan mij persoonlijk (andries.brantsma@hetnet.nl).

Andries Brantsma

vrijdag 10 februari 2017

Intermezzo – De Horster Maat (3)

Wat is de Horster Maat en is de Horster Maat alleenzaligmakend? In een korte serie gaan Jeu van Helden en ondergetekende op zoek naar antwoorden op deze en aanverwante vragen. Elke aflevering bestaat uit een tweeluik: we determineren de Horster Maat én we doen verslag van gezamenlijke bezoekjes aan mogelijke inspiratiebronnen in de nabije omgeving. Aanleiding voor dit alles: de vernieuwbouwplannen voor het Horster winkelcentrum Kloosterhof (klik hier) en andere op stapel staande bouwplannen.


Overdadig imponeren
In de gemeente Horst aan de Maas is de afgelopen jaren een term ontstaan als het gaat om bouwen in de openbare ruimte: de Horster Maat
Te pas en te onpas wordt de term gebruikt. Hij biedt een vreemd soort houvast, vooral omdat hij niet gedefinieerd is, en zo door iedereen flexibel kan worden toegepast om zijn motieven en meningen kracht bij te zetten.
Wij doen hier een poging om voor eens en altijd die Horster Maat een definitie te geven zodat hij in de toekomst wel daadkrachtig gebruikt kan worden en het voor iedereen duidelijk is wat er precies wordt bedoeld. 
Om tot een weloverwogen definitie te komen hebben we de architectuur van de afgelopen vijftien jaar in Horst als graadmeter genomen. Die is immers gebouwd volgens die Horster Maat!
We hebben vijf criteria hiervoor opgesteld, de weerspiegeling van een aantal belangen die we waargenomen en gemeten hebben. Elk criterium heeft z’n eigen meetinstrument. Sommige criteria zijn te klein voor het ene meetinstrument, andere te groot voor het andere meetinstrument.

Vandaag deel 3 in deze serie van vijf (klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2): overdadig imponeren


Een flinke duimstok hebben we toch zeker nodig om het overdadig imponeergedrag van de in Horster maat opgetrokken gebouwen te kunnen meten. De meesten hunkeren zo naar aandacht dat ze zichzelf overschreeuwen. Te veel verschillende materialen en elementen zoals natuursteen ornamenten, verschillende soorten en kleuren baksteen in diverse verbanden en richtingen gemetseld, glas, kunststof, aluminium, zink, overdadige trespa aftimmeringen en dergelijke worden afgewisseld en geflankeerd door te veel vorm (in een vorm) zoals diepteverschillen in de gevel, de gevelhoogte en de dakhoogte, raam- en deurhoogtes en nog veel en veel meer in één, let wel!, één gebouw. En dan zijn we het meest protserige nog vergeten: de naam. Elk gebouw moet voortaan een naam hebben, het liefst in zogenaamd ‘vals’ Oud-Hollandsch of romantisch plat Horsters, en met overdadige typografie met grote roestvaste vette letters op de gevel prijken.

Vervolgens zetten we deze panden dan het liefst nog bij elkaar in de buurt of sterker nog: naast elkaar. Ze komen over als jonge meisjes die met te overdadige make-up, valse wimpers, nepnagels en te overdreven kleding de bakvis uithangen, zichzelf niet zijn en de latente schoonheid in zichzelf helemaal overschreeuwen en naar de achtergrond drukken. Het doet zo hunkeren naar een misschien minder mooi meisje dat met een eenvoudig jurkje en een prachtige staart in d’r haar gewoon zichzelf staat te zijn.


Horst

Veelgehoorde vraag dezer dagen: ‘Op jullie zoektocht naar architectonische inspiratiebronnen belandden jullie eerst in Nieuw-Bergen en daarna in Venlo – is er in Horst aan de Maas de afgelopen vijftien jaar dan werkelijk niets inspirerends gebouwd?’ Antwoord: natuurlijk is het in Horst aan de Maas niet louter kommer en kwel. Hier en daar is zelfs iets verrezen dat is ontsnapt aan de dictatuur van de Horster Maat. Een voorbeeld van zo’n gebouw dat door de mazen van het net heeft weten te glippen is Torenzicht, een appartementencomplex aan de Doolgaardstraat.


Torenzicht, in 2007 ontworpen door K3 Architectuur uit Arnhem, wijkt af van de meeste appartementencomplexen die de voorbije decennia in Horst zijn gebouwd. Die complexen springen doorgaans in het oog door hun drukte. En anders wel door hun behoefte om op te vallen. Drukte en de behoefte om op te vallen ontbreken bij Torenzicht ten enenmale. De voorgevel telt meer dan tachtig ramen, in verschillende formaten en ook nog op verschillende manieren ten opzichte van elkaar gesitueerd. Toch leidt dat niet tot een bonte kermis. Integendeel: door het ingetogen materiaalgebruik, het mooie ritme van de ramen en het afgewogen kleurgebruik ademt die voorgevel juist rust.


Géén doodsheid, nee, rust. Deze voorgevel wil zich niet mooier maken dan ie is, heeft het niet nodig uit de band te springen, is zelfbewust, oogt misschien zelfs een beetje aristocratisch. Wat leidt tot de ogenschijnlijke paradox dat dit gebouw opvalt, terwijl het absoluut niet uitstraalt dat het die behoefte heeft.


Hoe anders is het dan gesteld met Den Doolhorst (uit 2011), nauwelijks honderd meter verderop. Rust is hier ver te zoeken: een afgeplat dak, twee timpaantjes die de daklijst doorbreken, kleuren die met elkaar vloeken, Franse balkons die op onduidelijke gronden de aandacht naar zich toe trekken (vergelijk dit eens met de Franse balkons van Torenzicht), in alle opzichten krankjoreme belettering, veel te nadrukkelijk aanwezige kozijnen en ga zo maar door. In de behoefte aan aandacht is alles uit de kast gehaald. Maar het ligt er te dik bovenop, het is te doorzichtig. Met karakterloosheid als gevolg.


Den Doolhorst probeert iets te zijn – Torenzicht ís iets.

donderdag 9 februari 2017

Ingezonden – Avond intensieve veehouderij

Wat volgt is een ingezonden stuk: de mening van de schrijver is niet noodzakelijk dezelfde als die van Horst-sweet-Horst. Klik hier voor de spelregels voor ingezonden stukken.
14 februari is er een discussieavond over de intensieve veehouderij. Belangengroepen krijgen allemaal een spreektijd van twee minuten voor een verkooppraatje. Het zal deze avond vooral gaan over ruimtelijke ordening en mestverwerking. Belangrijk. Kom dus.

Voor  ruimtelijke ordening mag woon- en leefklimaat niet worden vergeten. Dit laatste is in een training van de gemeenteraad nadrukkelijk aan de orde geweest. Daaraan zal dus ook inhoud gegeven moeten worden.

Waarom is mest  eigenlijk een probleem geworden? Net als de intensieve veehouderij als geheel, is het een probleem geworden door de concentratie van dieren. Alle daaraan ten grondslag liggende problemen zijn door de lokale politiek steeds weer aan de kant geschoven. Er gold (voor de coalitie) maar één ding: de boer moet kunnen groeien. De omgeving telde niet mee. Alleen door landelijke wetgeving was er nog enige controle De gevolgen zien we.

Terug naar de mest. Door de grote concentratie hebben we hier niet genoeg grond om de mest op een zinvolle en verantwoorde wijze te kunnen benutten. Het probleem is: er is gewoon te veel mest. Zinvol is alleen een mestverwerking, die leidt tot de mogelijkheid mest economisch over grote afstanden (bijvoorbeeld naar het buitenland) te transporteren. Boeren met grote hoeveelheden mest zouden dat op een milieuvriendelijke manier op de locatie van de veehouderij zelf moeten verwerken. Niet de grote mestdrogerijen, met fijnstof en stankoverlast, maar het concentreren door bijvoorbeeld flotatie en persbanden op eigen locatie, zonder gebruik van grote hoeveelheden lucht. Er zijn methoden die met reële kosten eenvoudig te realiseren zijn. Geen grote transporten naar centrale verwerkers. Agrariërs met meer dan tweeduizend varkens bijvoorbeeld lossen hun eigen probleem verantwoord op. De kleinere kunnen met voorrang hun mest kwijt in de directe omgeving op het land.

Door sommigen wordt mestvergisting een mestverwerking genoemd. MESTVERGISTING IS NIET ZINVOL. Voor een economische mestvergisting zijn afval of cosubstraten nodig. Dan is het geen agrarische activiteit meer. Het maakt het mestprobleem niet kleiner, ER KOMT MEER MEST UIT DAN ERIN GAAT. En veel stank. Het draait alleen om de subsidie, duurder dan windenergie.

Er zal deze avond over stellingen worden gediscussieerd. Met stellingen is de keuzerichting te sturen.

Het mestprobleem is een groot probleem, op een gegeven moment geldt dan ook: GENOEG IS GENOEG. We willen toch niet een land doorgeven dat stinkt? Het eenzijdige politieke denken moet om.

Ik hoor graag reacties.

Andries Brantsma

dinsdag 7 februari 2017

Intermezzo – Klapstoelzitting

En dan was er vorige week natuurlijk ook nog de Klapstoelzitting (klik hier) van de PvdA-afdeling Horst aan de Maas. Dertien aanwezigen. Twaalf PvdA-leden. Eén niet-lid – ik. Met lood in de schoenen maakte ik de gang naar het Boscafé. Was welbeschouwd ook een beetje dom, om nauwelijks twee uur voor aanvang van de zitting te schrijven dat de PvdA zich in het debat over de toekomst van winkelcentrum Kloosterhof ‘weer eens van haar slappe kant’ toonde (klik hier). Desalniettemin was de ontvangst allerhartelijkst.
‘Terug naar het gesprek’ en niet via sociale media, blogs en wat dies meer zij op elkaar reageren en in – vaak verhitte – discussie gaan. Dat was de achterliggende gedachte van deze eerste Klapstoelzitting. In de aankondiging heette het dat ‘de sociaaldemocratie in Horst aan de Maas’ thema van de avond zou zijn. Maar er kwam veel meer langs: de intensieve veehouderij, de blokkendozen op Tradeport die uitsluitend werk lijken te bieden aan laaggeschoolden, de open brief van Maarten Voesten aan burgemeester Van Rooij (klik hier), de bezuinigingen op de zorg, flexwerk, Donald Trump. Het geheel had eerder het karakter van een uitwisseling van gedachten en meningen dan van een discussie. Deze avond geen ongenuanceerde beschuldigingen, geen gepreek en evenmin twistgesprekken over de (on)juistheid van bepaalde standpunten. Het luisterend oor had de overhand. 
Klinkt misschien wat soft allemaal, maar ik vond het wel verfrissend. Wat daarbij hielp was de vertel-ons-maar-wat-we-fout-doen-houding – geen partij die met zoveel liefde haar hoofd op het hakblok legt als de PvdA. Wat de PvdA wat mij betreft vooral fout doet, is dat ze, als we ons even tot Horst aan de Maas beperken, te weinig haar eigen gezicht laat zien. Ik begrijp dat deel uitmaken van de coalitie verplichtingen schept. Desondanks mag je soms best van je afbijten, zoals het CDA onlangs ook deed in het Kloosterhofdebat (het CDA op Horst-sweet-Horst ten voorbeeld stellen – veel dieper kan ik niet zinken). Waarop de aanwezige PvdA-raadsleden natuurlijk met voorbeelden kwamen die duidelijk maakten dat de fractie zo nu en dan wel degelijk een geluid laat horen dat de twee andere coalitiepartijen onwelgevallig is. Klopt, en toch beklijft het om de een of andere reden niet. Althans niet bij mij. Waarbij dient opgemerkt dat bij mij de lat voor de PvdA veel hoger ligt dan voor andere partijen: bij de PvdA heb ik toch nog altijd de hoop dat ze in mijn richting opschuift, bij het CDA en Essentie heb ik die hoop al lang opgegeven (als ik ‘m al ooit had).
Resumerend: los van de vraag of na deze Klapstoelzitting ineens alles anders wordt (waarschijnlijk niet), verdient het initiatief om in gesprek te gaan en zelfkritisch te zijn alle lof. Dit initiatief verdient trouwens ook een vervolg (komt er) en vooral méér niet-PvdA-leden die zich laten zien en horen. Bij de volgende Klapstoelzitting bent u ook van de partij, afgesproken? 

zondag 5 februari 2017

Ingezonden – Burgemeester blokkeert actie ter verbetering beantwoording vragen

Wat volgt is een ingezonden stuk: de mening van de schrijver is niet noodzakelijk dezelfde als die van Horst-sweet-Horst. Klik hier voor de spelregels voor ingezonden stukken.
In de gemeenteraad en commissies in Horst aan de Maas waren er bij een aantal leden grote bezwaren tegen de in hun ogen onjuiste en onvolledige beantwoording van een reeks van vragen middels raadsinformatiebrieven (RIB’s). Juiste en volledige beantwoording van vragen is een harde voorwaarde voor een eerlijk werkende democratie.

De burgemeester had de handschoen opgepakt en is met twee man een discussie begonnen. Doel leek oprecht te zijn om te zoeken naar verbeteringen. In deze discussies werden heldere afspraken gemaakt over het proces, om te komen tot verbeteringen. Er zou op basis van een startnotitie met voorbeelden en mogelijke verbeteringen door de burgemeester een overleg starten binnen het ambtenarenapparaat en het college. Daarnaast is de afspraak gemaakt dat de burgemeester de problematiek in zou brengen in cultuursessies van de raad en tevens dat na deze acties een evaluatie met gesprekspartners zou plaats vinden.

Het is tijd voor de evaluatie en wat blijkt? De nota is zonder discussie aan enkele ambtenaren ter beschikking gesteld, wordt gezegd. Of er in het college een echte discussie is geweest is onduidelijk. Aangezien ook het bespreken in de raad niet heeft plaatsgevonden, en omdat er nog steeds grote tekortkomingen aan de informatieverstrekking kleven, bestaat hier sterke twijfel over. Eerder erger dan beter.

Door de burgemeester wordt de evaluatie met alleen de twee gesprekspartners geweigerd. Hij wil samen met twee coalitieleden erbij in een soort overtalsituatie in gesprek en dan bijvoorbeeld, zoals zijn voorstel was, de laatste tien RIB’s op kwaliteit beoordelen.

Conclusie: uit zo’n voorstel kun je eigenlijk alleen afleiden dat de burgemeester zijn afspraken niet wil en niet wilde nakomen. Een inzet, zoals afgesproken, door de burgemeester om de beantwoording van vragen te verbeteren valt niet te ontdekken. Hij wordt in die passieve houding gedekt door coalitiepartners die kennelijk ook liever de aandacht verdunnen en een hun welgevallige aanpak en uitkomst wensen.

Jammer, er was een mooie gelegenheid om in de gemeenteraad een, op basis van de startnotitie en inbreng van ambtenaren en college, goede discussie te hebben en de informatievoorziening te verbeteren en volledig en correct te maken. Dit was temeer van belang omdat er duidelijke voorbeelden zijn van onvolledige, onjuiste, onnauwkeurige en kijkend naar de getallen, ook mogelijk misleidende conclusies in RIB’s.

Het kan en zal hiermee niet eindigen!!!

Andries Brantsma

donderdag 2 februari 2017

Ingezonden – Complimenten voor het Centrummanagement

Wat volgt is een ingezonden stuk: de mening van de schrijver is niet noodzakelijk dezelfde als die van Horst-sweet-Horst. Klik hier voor de spelregels voor ingezonden stukken.
Afgelopen dinsdagavond bezocht ik samen met vier andere vertegenwoordigers van buurtvereniging De Herstraat de voorlichtingsavond over de nieuwe aankleding van het centrum van Horst in verband met het 800-jarige bestaan van de Horster parochie in 2019. Grafisch ontwerper Jeu van Helden, architect Daan Hesen en centrummanager Jan Nabben hielden een inspirerend pleidooi voor een duidelijke visie op de verfraaiing van het centrum van Horst.
De oproep van het centrummanagement aan onze buurt om met ideeën te komen voor de nieuwe inrichting lokte bij onze buurtbewoners een positieve en grote respons uit. Het doet me goed dat het nu eens niet alleen ondernemers/middenstanders zijn die invloed uitoefenen op hoe het Horster centrum er uit moet zien, maar dat er daadwerkelijk bewoners van dat gebied bij de ontwikkeling worden betrokken!

Jan Duijf Kloosterstraat Horst

dinsdag 31 januari 2017

Top 5 – Opmerkelijkheden uit het Kloosterhofdebat

‘Redenen te over om te veronderstellen dat het morgen wel eens een heel heet avondje kon worden’, schreef ik vorige week aan de vooravond van de vergadering van de commissie Ruimte waarin de vernieuwbouwplannen van winkelcentrum Kloosterhof werden besproken (klik hier).
Wérd het een heet avondje? Dat is teveel gezegd. Wel stond het debat (klik hier en klik vervolgens op agendapunt 4) bol van onbegrip, irritatie, woede en onbegrijpelijke tournures. Ik zou er met gemak drie, vier stukjes aan kunnen wijden, maar ik volsta met een top 5. Komt-ie, de Horst-sweet-Horst top 5 van opmerkelijkheden uit het Kloosterhofdebat:

5. Marc Janssen verklaarde namens projectontwikkelaar Suyderland dat het plan voor het nieuwe Kloosterhof is gebaseerd op referentiebeelden. Belangrijkste referentiebeeld is het gemeentehuis: in het nieuwe Kloosterhof (klik hier voor de artist’s impressions) is de gevel van het gemeentehuis te herkennen. Waarom Kloosterhof juist aan het gemeentehuis gaat refereren en niet aan de Sint-Lambertuskerk, de Mèrthal, ’t Gasthoês of gebouw Mooren (om maar eens een paar dwarsstraten te noemen), bleef helaas onduidelijk.
4. Het CDA speelde een rol die het normaal nooit speelt: die van niet loslatende terriër. De commissieleden Marcel Beelen en Henk Weijs bleven verantwoordelijk wethouder Paul Driessen (Essentie) continu bestoken met vragen, tot diens grote irritatie en frustratie. Kern van de CDA-vragen: waarom wordt de gemeenteraad over zó’n belangrijke ontwikkeling pas achteraf geïnformeerd?
3. Wethouder Driessen spreekt alleen maar ‘blije mensen’ als het gaat over het nieuwe Kloosterhof: ‘Mij heeft een brede maatschappelijke discussie over Kloosterhof niet bereikt. Ik ga niet af op sociale media.’ En waarom de gemeenteraad pas achteraf geïnformeerd? ‘Omdat het plan voldoet aan alle kaders die de gemeenteraad zelf heeft gesteld’,  herhaalde hij tot vervelens toe in telkens andere bewoordingen.
2. De PvdA toonde zich weer eens van haar slappe kant. Terwijl Richard van der Weegen in september nog uitermate kritisch was over de Kloosterhofplannen (klik hier) zei zijn partijgenoot Jan Wijnen nu: ‘Ik denk dat er een heel aardig plan ligt, wat een zesje is. Het voldoet aan het verdienmodel, maar er had een plusje bij gemogen.’
1. Qua draaien als een blad aan een boom spande Eric Beurskens (Essentie) de kroon. ‘Dit moeten we niet willen’, zei hij in september over de Kloosterhofplannen. Nu verklaarde hij zich akkoord. Want: ‘Dit plan voldoet aan de kaders.’ En: ‘De huidige kwaliteit van Kloosterhof is nóg bedroevender dan wat er nu gaat komen.’
Mijn conclusies:
1. Het nieuwe Kloosterhof wordt gebouwd volgens de ingediende plannen, hoewel bijna niemand in de politiek daar gelukkig mee is, uitgezonderd Paul Driessen en de SP (‘Ik houd wel van blokkendozen’, zei commissielid Bart Cox).
2. De gemeenteraad heeft dit min of meer over zichzelf afgeroepen door in het verleden akkoord te gaan met wat in het jargon ‘de kaders’ heet.
3. De commissie liet de kans aan zich voorbijgaan om ‘de kaders’ ter discussie te stellen, waardoor het een volgende keer niet anders zal gaan.
4. De commissie liet de kans aan zich voorbijgaan om de onafhankelijkheid van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit (die bouwplannen beoordeelt) ter discussie te stellen.
5. Het CDA kán het dus wel, assertief zijn.
6. Als het gaat om de geloofwaardigheid van de politiek hebben Eric Beurskens en de PvdA iets uit te leggen.

maandag 30 januari 2017

Intermezzo – De Horster Maat (2)

Wat is de Horster Maat en is de Horster Maat alleenzaligmakend? In een korte serie gaan Jeu van Helden en ondergetekende op zoek naar antwoorden op deze en aanverwante vragen. Elke aflevering bestaat uit een tweeluik: we determineren de Horster Maat én we doen verslag van gezamenlijke bezoekjes aan mogelijke inspiratiebronnen in de nabije omgeving. Aanleiding voor dit alles: de vernieuwbouwplannen voor het Horster winkelcentrum Kloosterhof (klik hier) en andere op stapel staande bouwplannen.

Hang naar het verleden
In de gemeente Horst aan de Maas is de afgelopen jaren een term ontstaan als het gaat om bouwen in de openbare ruimte: de Horster Maat.
Te pas en te onpas wordt de term gebruikt. Hij biedt een vreemd soort houvast, vooral omdat hij niet gedefinieerd is, en zo door iedereen flexibel kan worden toegepast om zijn motieven en meningen kracht bij te zetten.
Wij doen hier een poging om voor eens en altijd die Horster Maat een definitie te geven zodat hij in de toekomst wel daadkrachtig gebruikt kan worden en het voor iedereen duidelijk is wat er precies wordt bedoeld. 
Om tot een weloverwogen definitie te komen hebben we de architectuur van de afgelopen vijftien jaar in Horst als graadmeter genomen. Die is immers gebouwd volgens die Horster Maat!
We hebben vijf criteria hiervoor opgesteld, de weerspiegeling van een aantal belangen die we waargenomen en gemeten hebben. Elk criterium heeft z’n eigen meetinstrument. Sommige criteria zijn te klein voor het ene meetinstrument, andere te groot voor het andere meetinstrument.

Vandaag deel 2 in deze serie van vijf (klik hier voor deel 1): hang naar het verleden


Een rolmeter hebben we hiervoor aangeschaft. Eentje met een lengte van 10 meter.

We grijpen in de architectuur in ons dorp graag en veelvuldig terug op het verleden, een tijd waarvan we DENKEN dat het leven beter was. Deze gedroomwenste romantiek proberen we in onze woonomgeving terug te vangen.

Vreemd eigenlijk dat veel moderne architectuur als kil wordt ervaren. Terwijl juist de huidige nieuwe mogelijkheden, materialen en technieken een veel grotere diversiteit en beleving laten zien in de gebouwde omgeving. We leven anders en we denken anders dan in grootmoeders tijd. Laten we dan ook zo gaan bouwen, het gebeurt al op heel veel andere plaatsen.


Venlo

Voor onze tweede architectonische inspiratietocht in de nabije omgeving togen we naar Venlo. Waar de skyline ten zuiden van de Maasbrug een kleine honderd jaar werd gedomineerd door het Nedinscogebouw. Hoewel dit rijksmonument dankzij een ingrijpende restauratie straalt als nooit tevoren, heeft het toch iets van zijn dominantie verloren. Door aanpalende nieuwe appartementencomplexen die in formaat concurreren met het voormalige fabrieksgebouw, maar sinds kort vooral door het stadskantoor. Met zijn omvang en zijn opmerkelijke vormgeving trekt dit gloednieuwe gebouw alle aandacht naar zich toe.

Meest in het oog springend aan het exterieur zijn de met planten begroeide gevels. Die kunnen worden beschouwd als een pars pro toto: ze zijn in zekere zin representatief voor het hele gebouw. Dat is namelijk gebouwd volgens het Cradle to Cradle-principe. Kort samengevat houdt dit in dat producten na gebruik kunnen worden hergebruikt in een nieuw product of als grondstof kunnen dienen. Van belang daarbij is dat materialen geen waarde verliezen tijdens hun hergebruik. Platter gezegd: het nieuwe Venlose stadskantoor hangt van duurzaamheid aan elkaar. Voor meer details over het gebouw en de gedachten die erachter schuilgaan, verwijzen we graag naar de website van het bureau dat verantwoordelijk is voor het ontwerp, Kraaijvanger Architects (klik hier).

Ons kon het stadskantoor zeer bekoren. Neem nu de benedenverdieping. Een enorme ruimte, ook in hoogte, voornamelijk bestaand uit hout, beton en glas. Ideale voorwaarden voor afstandelijkheid en anonimiteit. Maar in plaats van kilte en zakelijkheid straalt deze ruimte door haar inrichting en akoestiek juist warmte en gevoel voor de menselijke maat uit. Op het moment dat wij er waren, zaten, liepen en stonden er minstens tweehonderd mensen. Desondanks heerste er een weldadige rust.

Waar het torengebouw in Nieuw-Bergen (klik hier) nog teruggrijpt op en refereert aan het verleden en aan bestaande vormen, loopt het stadskantoor voor de troepen uit. Andere tijden vragen om andere gebouwen, zo lijkt de filosofie te zijn geweest. Dat brengt risico’s met zich mee, jazeker. Ongetwijfeld zal blijken (is zelfs al gebleken) dat die geavanceerde technologieën niet allemaal werken zoals gedacht. En, ja, misschien wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat aan die gevelbekleding met planten allerlei nadelen kleven. En inderdaad zal Venlo straks geheid te kampen krijgen met de wet van de remmende voorsprong. Maar als je het niet probeert en altijd maar weer terugvalt op het verleden, kom je nooit verder. Trial and error. Wie niet waagt, die niet wint. Venlo waagt. Dat verdient lof, veel lof.











woensdag 25 januari 2017

Intermezzo – De Horster Maat (1)

Wat is de Horster Maat en is de Horster Maat alleenzaligmakend? In een korte serie gaan Jeu van Helden en ondergetekende op zoek naar antwoorden op deze en aanverwante vragen. Elke aflevering bestaat uit een tweeluik: we doen verslag van gezamenlijke bezoekjes aan mogelijke inspiratiebronnen in de nabije omgeving én we determineren de Horster Maat. Aanleiding voor dit alles: de vernieuwbouwplannen voor het Horster winkelcentrum Kloosterhof (klik hier) en andere op stapel staande bouwplannen.
Bergen


Eerste halteplaats op onze ontdekkingsreis was Bergen. Meer preciezer: Nieuw-Bergen. Enigszins nondescripte plaats aan de rijksweg tussen Venlo en Nijmegen, zonder al teveel geschiedenis. Een plaats waar je vooral aan voorbijrijdt. Tot voor kort althans. Sinds anderhalf jaar staat Nieuw-Bergen namelijk op de architectonische kaart. Op de architectonische wereldkaart zelfs: tot in Argentinië toe verschijnen in vakbladen ineens artikelen over Nieuw-Bergen. Allemaal dankzij één bouwwerk: het torengebouw in winkelgebied Mosaïque, ontworpen door bureau Monadnock (klik hier).


Het gebouw bestaat uit een lage onderbouw (die ondanks een hoop gedoe een horecabestemming lijkt te gaan krijgen) en een hoge toren. Het is uitgevoerd in baksteen. Naar verluidt is het in de volksmond meteen omgedoopt tot ‘de moskee’. Alleszins begrijpelijk: met name de onderbouw bevat oosters aandoende motieven. De toren zou dan als minaret kunnen worden bestempeld – ons deed ie eerder denken aan een middeleeuwse Italiaanse stadstoren of de oer-Hollandse luchtwachttoren.


Omdat wij er op een marktdag waren, hadden we er niet van alle kanten even goed zicht op. Desondanks waren we er van onder de indruk, waarbij de toren ons overigens aanzienlijk meer kon bekoren dan de onderbouw.


Wil je het gebouw duiden, dan kom je al gauw uit op termen als landmark, baken, eyecatcher, oriëntatiepunt. Alleen al door zijn schaal trekt het de aandacht naar zich toe (en leidt het de aandacht af van de truttige winkels waardoor het aan drie zijden wordt omgeven). Het is dominant, maar niet hinderlijk dominant. Het past hier gewoon, als het er niet stond, zou je het missen.


Het torengebouw laat zien wat een beetje lef vermag. Het laat zien dat één gebouw zijn hele omgeving mee omhoog kan trekken. Het laat zien dat één gebouw een dorp een nieuw gezicht, een nieuwe identiteit kan geven. Nieuw-Bergen is niet langer inwisselbaar voor heel veel andere dorpen, nee, Nieuw-Bergen is voortaan dat dorp met dat markante torengebouw. Om het op Horst te betrekken: los van mooi of lelijk, complexen als De Smidse en Librije kun je overal in Nederland aantreffen, terwijl je dat torengebouw alleen in Nieuw-Bergen vindt.



Het economisch belang 
In de gemeente Horst aan de Maas is de afgelopen jaren een term ontstaan als het gaat om bouwen in de openbare ruimte: de Horster Maat
Te pas en te onpas wordt de term gebruikt. Hij biedt een vreemd soort houvast, vooral omdat hij niet gedefinieerd is en zo door iedereen flexibel kan worden toegepast om zijn motieven en meningen kracht bij te zetten. 
Wij doen hier een poging om voor eens en altijd die Horster Maat een definitie te geven zodat hij in de toekomst wel daadkrachtig gebruikt kan worden en het voor iedereen duidelijk is wat er precies wordt bedoeld. 
Om tot een weloverwogen definitie te komen hebben we de architectuur van de afgelopen vijftien jaar in Horst als graadmeter genomen. Die is immers gebouwd volgens die Horster Maat!? 
We hebben vijf criteria ontdekt die een weerspiegeling zijn van een aantal belangen die we waargenomen en gemeten hebben. Elk criterium binnen de Horster Maat heeft z’n eigen meetinstrument. Sommige criteria zijn te klein voor het ene meetinstrument, andere te groot voor het andere meetinstrument.
Vandaag deel 1 in deze serie van vijf: het economisch belang


We hebben een landmeter nodig om de werkelijke waarde van dit gegeven in de Horster architectuur te kunnen meten. De economische waarde is een allesoverheersend belang. Naar onze mening zwaar overschat en bij elke discussie of keuze die gemaakt moet worden als Hauptmotiv opgevoerd. Misschien het enige dat voor de beslissers van belang is of wellicht voor hen überhaupt bestaat. 

Vaak is dat economisch belang ook de overweging geweest die ervoor heeft gezorgd dat een groot aantal beeldbepalende gebouwen in Horst in de afgelopen decennia is verdwenen of zodanig is verminkt dat we ze beter hadden kunnen opruimen. Hierdoor is een dorpsbeeld ontstaan dat een gebrek heeft aan identiteit in historische gebouwen én in nieuwe architectuur, maar wel een weerslag geeft van hoe wij met ons dorp om gaan.


Klik hier voor deel 2 van de serie over de Horster Maat

dinsdag 24 januari 2017

Klein mysterie 731 – Kloosterhof (4)

Zoals twee weken geleden aangekondigd (klik hier) zijn Jeu van Helden en ondergetekende begonnen aan een zoektocht naar de Horster Maat. Dat resulteert in een korte serie, waarvan morgen de eerste aflevering zal verschijnen. Directe aanleiding voor deze zoektocht waren de vernieuwbouwplannen voor het Horster winkelcentrum Kloosterhof. Nauwelijks had ik veertien dagen terug geschreven dat het daaromtrent wel erg stil was of het gemeentebestuur maakte bekend dat het de vergunning voor de renovatie had verleend.
In een zogeheten raadsinformatiebrief maakte het gemeentebestuur vervolgens duidelijk hoe en waarom het tot dit besluit is gekomen (klik hier en vervolgens op agendapunt 4). Heel kort samengevat komt het erop neer dat de bouwaanvraag voldoet aan alle geldende eisen en criteria. Het nieuwe Kloosterhof (klik hier voor de artist’s impressions) heeft volgens het gemeentebestuur ‘ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit en belevingswaarde’, is ontworpen ‘met wat meer respect voor de kerk’ en leidt tot een ‘hoogwaardige wandvorming’ die beter aansluit op de Kerkstraat en bovendien het atrium van de Sint-Lambertuskerk respecteert. Omdat ook de commissie Ruimtelijke Kwaliteit haar zegen gaf, stond niets de vergunningverlening in de weg. 
Niets aan het handje dus? Dat valt nog te bezien. Het gemeentebestuur heeft het zichzelf met de raadsinformatiebrief (waartoe het niet verplicht was) niet bepaald gemakkelijk gemaakt. De raadsinformatiebrief is namelijk een vrijbrief voor de gemeenteraad om de discussie aan te zwengelen en zijn afkeuring van de Kloosterhofplannen te laten blijken. Om te beginnen morgen in de vergadering van de commissie Ruimte. Naar het zich laat aanzien komt verantwoordelijk wethouder Paul Driessen (Essentie) hierin tegenover een breed front van tegenstanders te staan. Tegenstanders uit coalitiekringen nog wel. Zei zijn eigen partijgenoot Eric Beurskens immers niet over de Kloosterhofplannen ‘Dit moeten we niet willen’? Coalitiegenoot Richard van der Weegen (PvdA) was in Hallo Horst aan de Maas (klik hier) al bijna even uitgesproken:
‘De schetsen van het nieuwe Kloosterhof lijken de harmonie in het Horster centrum te verstoren. Het lijkt op een fantasieloze blokkendoos die geen kwaliteit toevoegt op die locatie. Dit ontwerp lijkt een gemiste kans om ook dat deel van het centrum weer Horster allure te geven.’
Verder mag je aannemen dat Leon Litjens en Jan Nabben, vooraanstaande CDA’ers en verklaarde tegenstanders van de vernieuwbouwplannen, hun partijgenoten hebben weten te mobiliseren. Redenen te over dus om te veronderstellen dat het morgen wel eens een heel heet avondje kon worden. 
Overigens: was het niet veel logischer geweest een discussie te voeren vóórdat de vergunning werd verleend? Wat heeft discussie nog voor zin nadat een onomkeerbaar besluit is genomen? Is die discussie er misschien niet eerder gekomen in de wetenschap dat er brede weerstand was tegen de vernieuwbouwplannen? Komt wethouder Driessen er met een standje vanaf? Morgenavond weten we hopelijk meer.

woensdag 18 januari 2017

Ingezonden – Dat gebeurt er (19) / Verkeer Tienrayseweg (2)

Wat volgt is een ingezonden stuk: de mening van de schrijver is niet noodzakelijk dezelfde als die van Horst-sweet-Horst. Klik hier voor de spelregels voor ingezonden stukken.
Tienrayseweg ongeschikt als 80-kilometerweg

Bovengenoemde stelling kreeg reacties (klik hier en hier). Ondersteunend alsook afwijzend. Gelukkig: goede besluiten worden genomen op basis van meningen en kennis van alle kanten.

Twee reacties steunen me en doen eigenlijk een oproep tot deze lagere snelheid. Pas je gedrag aan en gebruik je gezonde verstand is hun boodschap. En haal de bomen niet weg, die beschermen de fietsers. De andere reacties, drie onder naam en twee anoniem, wijzen de gedachte af. ‘De oorzaken zijn niet te wijten aan de wegsituatie, pas gewoon op en als je een fout maakt straffen de bomen je wel af, kap gewoon alle bomen en maak de weg breder, plaats meer verlichting, laat de mensen niet hun telefoon gebruiken, weer het vrachtverkeer, alleen de TomTom zegt wel dat het de snelste weg is, ik kan er wel inhalen en 80 rijden, alleen die overhangende bomen he.’ Een tegenstander van 60 kilometer per uur rijden: ‘Beste oplossing is waarschijnlijk gezond verstand en normaal rijden.’
Allemaal goede opmerkingen en ze zeggen allemaal eigenlijk ook dat er iets aan de weg gedaan moet worden (verlichting, bomen weg, breder maken) en dat het gedrag aangepast moet worden (telefoon die anderen gebruiken, weer het vrachtverkeer etc). De kern: laat een ander de problemen oplossen. Laat een ander zijn gedrag aanpassen. Dat is het probleem. Anderen, niet ik, maar anderen. Kijk nog eens naar de vrachtwagen en de wegbreedte (SWOV), de bomen, ze laten allemaal zien dat het geen 80-kilometerweg is. Het stuk weg van de A73 tot de spoorweg is 3,1 kilometer lang. Bij 60 kilometer duurt dat drie minuten. Ons gedrag aanpassen zou dus drie minuten moeten duren. Die ander ben ikzelf. Een rit van drie minuten, voor een enkeling de rest van zijn leven. Laat ‘ze’ wat doen aan de weg, laat ‘ze’ hun gedrag aanpassen.
Daarom nog maar eens: gedrag dwing je af door de inrichting van de weg, de regels en het handhaven daarvan. Deze weg is ongeschikt voor 80 kilometer per uur. We willen wel allemaal ons, of liever, andermans gedrag aanpassen, maar we kunnen het niet zonder wat hulp. En: lagere snelheid, andere uitkomst TomTom en dus minder doorgaand (vracht)verkeer.
Moet u bang zijn voor een aanpassing? De wethouder weet: vrijwel alle ongelukken zijn te wijten aan persoonlijke fouten, gedrag. De omstandigheden dragen daar wel sterk aan bij weet hij ook wel. Het zal wel blijven zoals het is.

Andries Brantsma (Andries.brantsma@hetnet.nl)

maandag 16 januari 2017

Klein mysterie 730 – Rolpatroon (1)

Druk bezig met verhuizen (geen zorgen, ik blijf binnen de gemeentegrenzen). Valt niet mee, zeker als je 43 jaar geleden voor het laatst bent verhuisd. Verhuizen is vooral keuzes maken, heb ik ontdekt. Laminaat of vloerbedekking? Witte of paarse wanden? Boekenkasten in of uit het zicht? Rol- of schuifgordijnen? Stuk voor stuk kwellingen voor iemand die nu niet meteen uitmunt in besluitvaardigheid. Uiteindelijk is het allemaal toch min of meer gelukt. Slechts één wezenlijke keuze resteert: die van het rolpatroon. Moet ik het rolpatroon blijven hanteren waarmee ik ben grootgebracht? Of is de tijd rijp voor verandering? Moet ik er misschien – CDA-achtige tussenoplossing – mee gaan variëren? Om de maand van rolpatroon wisselen? Of het rolpatroon afstemmen op het vermoedelijke rolpatroon van het te verwachten bezoek?
Wat dat eigenlijk is, ‘het rolpatroon’? Peter van Straaten, de onlangs overleden tekenaar en schrijver, heeft op 26 oktober 2012 in NRC Handelsblad een even informatief als subjectief stukje met tekening (die ik hier om auteursrechtelijke redenen niet zal weergeven) gepubliceerd over het rolpatroon. Enkele citaten daaruit:

‘Al jaren woedt er in ons huis een stille strijd over het juiste ophangen van de wc-rol. Mijn vrouw hanteert systeem B,
waar ik een fervente voorstander ben van systeem A. 
Als de rol naar mijn gevoel verkeerd hangt pleeg ik corrigerend op te treden en andersom gebeurt dat ook door mijn vrouw, zonder dat er een woord over gewisseld wordt. In mijn bekeringsdrift ga ik zelfs zover dat ik ook in andermans wc’s voortdurend bezig ben de rollen om te draaien.’

‘Als ik mijn vrouw vraag waarom dit haar voorkeur heeft, zegt ze „dat het handiger afscheurt”. Het tegendeel is waar. Bij systeem B schuurt je hand tegen de vaak ruwe muur. Het voordeel van systeem A is dat, terwijl de rechterhand scheurt, de linkerhand op de rol kan rusten om het scheuren te vergemakkelijken.’
Van Straaten verhaalt vervolgens over een etentje met vier vrouwen, waarop alle vrouwen tot zijn verbazing hun voorkeur uitspreken voor wat hij ‘systeem B’ noemt: ‘Dat brengt mij tot de theorie dat alle vrouwen het verkeerde systeem hanteren en alle mannen het enig juiste.’ En daar nu zit ‘m voor mij de pijn: ik, man, ben al mijn hele leven fervent aanhanger en toepasser van rolpatroon B.
Van Straaten besluit zijn stukje met de opmerking dat wetenschappelijk onderzoek naar de verschillen in rolpatroon wenselijk is. Het gelukkige toeval wil dat Horst-sweet-Horst over een wetenschappelijk bureau beschikt. Dat gaat het hoe en waarom van de verschillende rolpatronen voor mij in kaart brengen. Op basis van de uitkomsten besluit ik vervolgens mijn rolpatroon al dan niet aan te passen. Vooruitlopend op dit grootschalig rolpatroononderzoek heb ik afgelopen donderdag al de bezoekers van Café De Verbeelding – onder waarborging van hun anonimiteit – onderworpen aan een vragenlijst over hun rolpatroon. Met hoogst opzienbarende resultaten. Daarover (en over het onderzoek) een dezer dagen meer.